Tuesday, May 22nd

Last update12:00:00

Profile

Layout

Direction

Menu Style

Cpanel
You are here Portugal

Welkom bij huisportugal: informatie per district

Aveiro

  • PDF

Moliceiros van AverioAveiro (Portugal uitspraak: [avɐjɾu]) is een stad in de gemeente Aveiro in Portugal, met een totale oppervlakte van 199.9 km ², een totale bevolking van 73.559 inwoners en 59.860 kiesgerechtigden (2006). Het is de tweede meest bevolkte stad in het Centro regio van Portugal, na Coimbra. Echter, de stad van Aveiro samen met de naburige Ílhavo, maak een agglomeratie waarin de bewoners heeft een bevolking van 113.908, waardoor het een van de belangrijkste door de bevolkingsdichtheid in het Centro regio.

Municipalityis bestaat uit 14 parochies (freguesias, en is gevestigd in Aveiro District en de belangrijkste stad van Baixo Vouga. De huidige burgemeester is Elio Manuel da Maia Delgado, gekozen door een coalitie tussen de Sociaal-Democratische Partij en de Democratische Sociaal Centrum. De gemeentelijke vakantie is 12 mei.

Stads Informatie

De zetel van de gemeente is de stad van Aveiro, met ongeveer 67.003 inwoners in de 5 stedelijke stad (Cidade) parochies. Gelegen aan de oever van de Atlantische Oceaan, Aveiro is een industriële stad met een belangrijke zeehaven. De stad Aveiro is ook de hoofdstad van het district Aveiro, en de grootste stad in de Baixo Vouga intercommunale gemeenschap subregio.

Plein van AveiroStraat Aveiro in de NachtKerk in Aveiro

Bron: Wikipedia

De stad waar alles precies goed is

  • PDF

Baixa bij nachtEr zijn van die steden waar alles precies goed is: niet te groot en te druk, niet te klein en te saai. Lissabon heeft alles wat je hartje maar begeert voor een hele, hele fijne stedentrip.

Overal waar je loopt in Lissabon zie je dat dit ooit de hoofdstad van een wereldrijk was. In de vijftiende en zestiende eeuw beheerste Portugal de Oceanen, ontdekte het nieuwe zeeroutes en nieuwe landen. Het was de eerste grote koloniale macht van Europa. Grote stukken ven de aarde spreken nog steeds Portugees, met Brazilië als meest bekende voorbeeld. Het was ook de laatste koloniale macht: pas in1975 werden de laatste koloniën Angola en Mozambique opgegeven.

Lissabon was het knooppunt van een wereldrijk waar niet mee te spotten viel en de grandeur uit die tijden zie je terug in grandioze wijken, pleinen en gebouwen. Als extraatje krijgen je daarbij geweldige uitzichten, waar je ook loopt. Lissabon ligt namelijk op heuvels, net boven de monding van de Taag. Die rivier is hier zo breed dat het alsof de Atlantische oceaan al begonnen is. Overal in de stad kan je de rivier zien en er staat bijna altijd wel een koel briesje, waardoor de stad ook in de zomer nog prima te doen is.

Het centrum van Lissabon bestaat uit een verzameling van wijken met elk een eigen karakter. Het hart van de stad wordt gevormd door Baixa, wat zoiets als ‘laaggelegen’ betekent. Deze wijk werk in 1775 compleet van de kaart geveegd toen de stad getroffen werd door een aardbeving mat een kracht van 9. Bewoners die niet onder het puin lagen renden naar de haven in de hoop veilig te zijn. Daar keken ze nieuwsgierig toe hoe de zee zich opeens tientallen meters terugtrok. Er vielen tienduizenden doden.

Baixa werd opnieuw opgebouwd, maar dan grootser en mooier dan daarvoor. Aan twee kanten verschenen enorme pleinen. Die aan de zuidkant, de Praca do Comercio, is na een renovatie van tien jaar weer helemaal als nieuw. Tussen de twee pleinen ligt de belangrijkste winkelgebeid, maar voor shoppen moet je hier eigenlijk niet zijn.

Daarvoor klim je de buurt ten westen van Baixa in: de Bairro Alto. Dat betekent even zoiets als ‘hoge wijk’ dus dat betekent even flink stappen. Of je pakt de Glaria (een felgeel kabeltrammetje) of de Elevador de Santa Justa. Een leerling van architect Eiffel verzon namelijk een hele simpele oplossing om de lage en de hoge wijk te verbinden: een lift. De elevador ziet er ook een beetje uit als een Eiffeltoren in het klein. Op de bovenste verdieping heb je meteen een van de beste uitzichten over de stad.

Waar de Baixa statig en klassiek is, is de Bairro Alto hip en trendy. Zo ongeveer om de twee meter zit hier een restaurant of café. In het weekeinde stroomt het hier pas laat in de avond vol en zelfs dat is maar het voorspel voor het echte stappen. De alcohol vloeit rijkelijk en overal voeren jongeren verhitte discussies over alledaagse problemen, politieke kwesties en culturele verschillen, begeleid door flarden gitaar en krakerige zang. Dan – alsof iemand een geheim teken heeft gegeven – stapt de menigte tegelijkertijd op. Iedereen zwermt uit over de wirwar van straatjes en trekt van de ene bar en clu naar de andere. Volg ze en ontdek zo het lokale Lissabon van de levensgenieters.

Nog weer verder naar het westen ligt stadsdeel Belem, wat weer een ander karakter heeft. Hier zitten een paar attracties die je echt niet mag missen als je in Lissabon bent, zoals de Torre de Belem. Dit kasteeltje lag ooit in het midden van de Taag, waar hij de stad moet verdedigen tegen binnenvallende schepen. Maar na de grote aardbeving van 1755 lag hij opeens aan de noordoever: niet zo handig voor het verdedigen, wel zo makkelijk als je hem wilt bezichtigen. Bekijk ook even het monument voor de ontdekkingsreizigers, die als op de boeg van een schip over de Taag uitkijken. Even verderop ligt het Mosteiro dos Jerónimos, waar superontdekkingsreiziger Vasco da Gama begraven ligt. Sluit af met het lekkerste gebak dat je kan vinden: een Pasteis de Belem, even verderop in de gelijknamige bakkerij.

Als je nog tijd over hebt, kun je nog westelijker gaan, richting zee. Badplaats Caiscais was ooit een eenvoudig vissersplaatsje, tot de koninklijke familie het mooie klimaat en de stranden ontdekte. Boven in de bergen in Sintra bouwden ze hun paleizen, de een nog sprookjesachtiger dan de ander.Bairro Alto bij nachtElevador de Santa Justa

Torre de Belem

Vind hier de aanbiedingen voor accommodatie.

Find here your best offer to book a hotel from this article.

The Portuguese capital has a great range of modern
hotels and unusual venues for hosting events.

Inspira Santa Marta Hotel **** Click here...

Altis Avenida Hotel ***** Click here...

Altis Belém Hotel & Spa ***** Click here...

Olissippo Marques de Sa **** Click here...

Hotel Fortaleza do Guincho ***** Click here...

The Oitavos ***** Click here...

 

 

huisportugal.nl respecteerd de wet op het auteursrecht en verspreid geen auteursrechtig materiaal. huisportugal.nl heeft geen auteursrechtig materiaal op zijn server staan.

 

Bron: Spits
Door: Sp!ts
Gepubliceerd: 25 maart 2011 13:15

 

District Beja

  • PDF

Kasteel van BejaBeja is een district in Portugal. De oppervlakte is 10.225 km²; Beja is daarmee het grootste district van Portugal. Beja grenst in het westen aan de Atlantische oceaan, in het noorden aan de districten Setúbal en Évora, in het zuiden aan Faro en in het oosten aan Spanje. Het inwoneraantal is 161.000 (2001). De hoofdstad is de gelijknamige stad Beja.

District Bragança

  • PDF

District

District Bragança (Portugees uitspraak: [bɾɐˈɡɐ̃sɐ]; in het Portugees: Distrito de Braganca Mirandees: Çtrito de Bergáncia) is gelegen in het noordoosten van Portugal. De hoofdplaats is de stad van Bragança. Mirandela en Macedo de Cavaleiros zijn ook belangrijke centra. Het gebied is Castelo de Bragança1,173 km ².

Castelo de Bragança - Portugal

Het kasteel, waarvan de bouw begon in 1409 en eindigde dertig jaar later, bestaat uit een uitgebreide set van muren met een omtrek van 660 meter, die samen vier plaatsen afzonderlijk met elkaar. Account vijftien torens of cubels en vele andere stukken van de muur, met de gemiddelde dikte van twee meter, met drie deuren (twee deuren en de San Antonio Puerta del Sol) en twee luiken (de Poort van verraad en het wicket van King's Well) . Het hele hek is embattled, en stelt een plan waarin de ovaal in zich leiden door twee wegen, die link tussen de haven van San Antonio, die de oude stad gezichten, en de Sun Gate, de bron. Deze twee assen is de straat van de Citadel dat het maken van de oude route tussen de twee deuren. De regeling is ontworpen op basis van de haven van San Antonio, waar twee straten uitstralen en bouwden hun blokken. Aan de linkerkant is een klein blokje, onderbroken door de ruimte waar ligt de schandpaal en dat vroeger werd bezet door de kerk van S. James. In het midden is het belangrijkste cluster bevolking, die heeft op haar boven de kerk van Santa Maria (ook wel Onze Lieve Vrouwe van Sardão) en de beroemde Domus Municipalis. De noordkant, die bezet was door de faciliteiten van het Bataljon Raiders March, werd geregeld en is momenteel een groot gebied dat een donjon nog overweldigender maakt dan het al is.

Dit is een vierhoekig gebouw 17 meter afstand en 34 meter hoog, uitgerust met schoen ongeveer 6 meter hoog. Toegang was ooit gedaan door een hek, wat leidt tot de deur, die is behoorlijk hoog. Momenteel is het een smalle trap naar buiten, steen, aan de noordzijde van een uitstekend orgaan dat dient als een schild of pantser aan de toren zelf. Aan de zuidkant van de toren, halverwege, is addorsed een wapenschild met de emblemen van het Huis van Avis, de monarch zegelring dat het gebouw bevorderd. Onder de meest interessante decoratieve elementen die de kerker biedt de sierlijke rijen van de stadswallen te nemen die de kroon van de dak en twee elegante gothic Mullion ramen, op het eerste gezicht een ander in het zuiden dit. En de openingen op de hoeken, het gebruikte materiaal is graniet, met een aantal blokken acroniemen, terwijl de vulling metselwerk leisteen overheerst. Op bovenstaande invalshoeken belicht vier cilindrische torentjes. De toren is addorsed de noordelijke muur en volgt een schema dat een gewoonte worden, dat is de mening van de citadel leunend naar een kant van de muur en niet in het midden. Is nog te verdedigen met een muur cubels zeven (drie naar het oosten, drie westen en zuiden). Het werken binnen een militair museum.

http://www.bragancanet.pt/patrimonio/castelobr.htm

Coimbra

  • PDF

Coimbra In vroegere tijden werd Coimbra bezet door de Kelten, maar het waren de Romeinen, die de regio cultureel gezien veranderden. Hun aanwezigheid is behouden in verschillende overblijfselen in het museum Museu Nacional Machado de Castro, gebouwd boven de cryptoportiek van Civita Aeminium, het forum van de Romeinse stad. Daarna kwamen de Westgoten tussen 586 en 640 en veranderden de naam van de stad in Emínio. In 711 wordt de stad moors en moslim. In 1064 wordt zij veroverd door de christen Fernando Magno en heeft de Arabier Sesnando als gouverneur.

De belangrijkste stad ten zuiden van de Douro-rivier is gedurende enige tijd residentie van de Graaf D. Henrique en D. Teresa, ouders van de eerste koning van Portugal, D. Afonso Henriques, die hier in Coimbra geboren is. Door zijn toedoen komt de stad in 1131 weer in Portugese handen. Enkele van de belangrijkste bouwwerken van de stad dateren uit die tijd: de Sé Velha (oude kathedraal) en de kerk Igreja de São Tiago, Igreja de São Salvador en Igreja Santa Cruz; zij vertegenwoordigen de godsdienstige autoriteit en de verschillende ordes die zich in Coimbra vestigden.

In Coimbra speelde zich ook de verboden liefde af tussen D. Pedro I (1357-67) en hofdame D. Inês, die in opdracht van koning D. Afonso IV geëxecuteerd werd, omdat deze laatste in de romance van de twee een gevaar zag voor onderdrukking door Castilië. Dit verhaal inspireerde dichters en schrijvers en behoort tot het erfgoed van Coimbra.

Tijdens de Renaissance veranderde Coimbra in een bekende plaats toen D. João III (1521-57) besloot om de universiteit definitief naar deze stad te verhuizen, terwijl er tegelijkertijd ook talrijke colleges kwamen, die het alternatief waren voor het officiële onderwijs.

In de 17e eeuw kwamen de Jezuïeten naar de stad en markeerden hun aanwezigheid door de bouw van de Sé Nova (nieuwe kathedraal). In de volgende eeuw zou de stad tijdens het koningschap van D. João V (1706-50) verrijkt worden met enkele monumenten, voornamelijk door de universiteit; en de regeringsperiode van D. José I (1750-77) bracht wijzigingen met zich mee van de hand van de markies van Pombal (Marquês de Pombal), voornamelijk in het onderwijs.

In het begin van de 19e eeuw leidden de Franse invallen en de liberale oorlogen in Portugal een onrustige periode in waarin de stad zich nauwelijks kon ontwikkelen.
Vanaf toen hebben de studenten Coimbra ingenomen en veranderden haar in dé studentenstad van Portugal.

U kunt verschillende routes volgen om het bestaande erfgoed van Coimbra te bezichtigen. Wanneer u de stad wilt verkennen tot aan de 19e eeuw, stellen wij voor dat u met twee wandelingen begint: één door de bovenstad (Alta) en één door de benedenstad (Baixa) van Coimbra.

paardenbeurs lusitano

  • PDF

paardebeurs lusitano paardenDe nationale paardenbeurs (Feira Nacional do Cavalo), in november in Golegã, een regio waar het paard deel uitmaakt van de tradities.

Deze markt is één van de meest karakteristieke van het land en er komen duizenden mensen op af. Hier worden onder andere demonstraties gegeven met het volbloed Lusitano-paard.

Golegã

De plaats Golegã ligt in een heel vruchtbare regio, die bevloeid wordt door de twee rivieren die haar begrenzen: de Taag en de Rio Almonda. Dit feit was de reden dat de bevolking zich hier vestigde en vanaf het begin profiteerde van de economische ontwikkeling door landbouwactiviteiten.

Na de christelijke Reconquista van het territorium door koning D. Afonso Henriques in de 12e eeuw, ging de regio over in handen van de Orde van de Tempeliers, zodat zij het land konden cultiveren. Uit deze tijd stamt het landgoed Quinta da Cardiga, dat tegenwoordig een belangrijk lokaal centrum is voor de landbouwproductie. In de 12e eeuw werd hier, doordat Golegã aan de weg tussen Tomar en Santarém lag, een herberg gebouwd, op verzoek van een vrouw uit Galicië. De plaats werd toen bekend als “Venda da Galega” (Winkel van de Galicische). Het succes van haar onderneming en de regionale landbouwactiviteiten waren een stimulans voor de commerciële en agrarische ontwikkeling van de regio en voor de vestiging van de bevolking. De naam Golegã zou van de naam “Galega” afkomstig zijn.

Voordat Golegã werd verheven tot “vila” (kleine stad) door D. João III, in 1534, had zijn voorganger, D. Manuel I, ook al in deze plaats geïnvesteerd in de vorm van de bouw van de moederkerk Igreja Matriz.

De relatie van Golegã met agrarische activiteiten leidde tot het organiseren van markten. Tijdens de 18e eeuw waren de feesten ter ere van Sint Maarten, op 11 november, favoriet onder de paardenfokkers omdat zij dan hun paarden konden tonen tijdens de concours hippique en de competities. Dit evenement kreeg steeds meer belangstelling en is voorloper geweest van de huidige Nationale Paardenbeurs (Feira Nacional do Cavalo), die erg belangrijk is voor de ruitersport in Portugal.

Als u Golegã bezoekt, maak dan een wandeling door de romantische tuin die de oude studio van Carlos Relvas, een bekende fotograaf uit de 19e eeuw, omringt, of bezoek het museum Museu Martins Correia, een hedendaagse beeldende kunstenaar. De twee kunstenaars zijn in Golegã geboren en hebben enigszins bijgedragen tot de bekendheid van de stad.

Vlakbij Golegã kunt u ook het natuurreservaat Reserva Natural do Paul do Boquilobo bezoeken, dat bij de samenvloeiing van de rivieren Taag en Almonda ligt.

 

Vind hier de aanbiedingen voor accommodatie
Golegã: Reserveer hier
Website/ http://www.horsefairlusitano.org
Datum/
vrijdag, 05 november 2010 - zondag, 07 november 2010
woensdag, 10 november 2010 - zondag, 14 november 2010

Van Pinhao tot Porto, van perswijn tot port

  • PDF

Port de quintaPort wordt in Porto gemaakt - of eigenlijk in de dubbelstad Vila Nova de Gaia, aan de andere kant van de rivier. Daar heersen al eeuwen lang de Engelse portshippers, met hun eigen clubs, tradities en bootraces. Maar het druivensap, dat komt van veel verder weg. Verblijven in de Douro Regio reserveer hier
Het is stil rond de Quinta dos Malvedos. Heel af en toe klinkt uit het dal de fluit van de trein, die hier vijf keer per dag vanuit Porto langs de Dourorivier richting de Spaanse grens boemelt. Mobiele telefoons hebben hier vrijwel geen bereik, er is geen internet, en toch vormt de Quinta dos Malvedos het hart van het portbedrijf Graham's. Een uurtje of twee reizen oostelijk van Porto worden op de terrassen rondom dit wijndomein de beste druiven geproduceerd voor de beste portsoorten van het huis. Die vervolgens in Porto, of eigenlijk Vila Nova de Gaia, tot fraaie tawny's, single quinta vintages of andere ports worden gemaakt.


Basiswijn
Porto mag dan de naamgever van de port zijn, de basiswijn komt van dit gebied ruim honderd kilometer stroomopwaarts de Douro, achter een bergrug in de richting van Spanje. In de Douro Superior, waar bij steeds kleiner wordende plaatsjes als Pinhao en Tua de wijnranken in terrasvorm  afdalen naar de kronkelende rivier. De quinta's of wijndomeinen zijn het hart van de druiventeelt. Daar worstelt de portdruif, zoals de touriga nacional of tinta roriz, onder de blikkerende zon, op straatarme grond van leisteen en graniet, gelegd in terrassen tegen steile hellingen. Op hetzelfde wijngoed heeft de portwijn voor het transport naar de kust al de belangrijkste stap ondergaan: na het persen, zeven en gisten wordt de mate van zoetheid bepaald door de gisting kunstmatig te stoppen, door toevoeging van wijnalcohol (aguardente). Da gebeurt na zo'n veertig uur. De sterke alcohol doodt de gist en houdt restsuikers in de wijn; het wordt zo een versterkte wijn. De hoofdwijnmaker bepaalt wanneer een oogst goed genoeg is om tot tientallen jaren te rijpen naar een vintage port. Gemiddeld wordt slechts drie van de tien jaar een vintageport gemaakt. Elk wijnhuis bepaalt zelf wanneer ze zo'n vintage maken. Een beroemd huis als Graham's doet dat mondjesmaat: ze hebben een naam hoog te houden. Met als gevolg dat een fles uit een topjaar op veilingen soms weI duizenden euro's kost. De druiven waarvan de port zijn gemaakt heten tourigo nacional, tourigo franca of tinta roriz. Na de pluk worden die druiven gekneusd. Vroeger werd dat kneuzen gedaan door mannen die na de dagoogst arm in arm tot dijbeenhoogte in de druivenmassa stonden te stampen in granieten kuipen. "Niet meer van deze tijd natuurlijk", zegt Euan Mackay, export directeur van de Symington Family Estates, de eigenaar van Graham's (en andere porthuizen als Warre's en Dow's). "Maar het was weI de beste methode om de druiven te verwerken. " Graham's heeft een apparaat ontwikkeld, de 'robot- Iagares', waarop honderden siliconen voeten zijn gemonteerd. De voeten stampen even fanatiek en ritmisch als de oude wijnarbeiders - die nu rustig na het druivenplukken zelf een glaasje kunnen drinken.


Kelders van Graham's LogdeNaar de kelders
De basiswijnen vertrekken dan naar de kelders van het bedrijf in Vila Nova de Gaia. De lichtste, minst belovende druiven worden ruby port; twee jaar op vat gerijpt. Topruby's heten (special) reserve of (nogal verwarrend) late bottled vintage die tussen vier en zes jaar rijpen. De betere oogst druiven schoppen het tot tawny (naar de taankleurige wijn die door de lichte oxidatie ontstaat), die veel langer op vat ligt. De betere tawny heet aged, en heeft vaak een jaartal, dat een gemiddelden is van de leeftijden van de oude en jonge wijnen waaruit deze blend is samengesteld. Een colheita is een oude tawny maar dan uit een oogstjaar, geen blend. Bij de familie Symington -die met Graham's en nog enkele andere porthuizen zo'n 23 procent van de portmarkt bezitmaken ze graag ook nog een single quinta vintage port. Van de Quinta dos Malvedos natuurlijk.

Verblijven rond Vila Nova de Gaia reserveer hier

Bron: Noordhollands dagblad

Door: Jacques Hermus
Gepubliceerd: zaterdag 02 oktober 2010

Portalegre

  • PDF

Gelegen in de bergen van de Serra de São Mamede en dicht bij de Spaanse grens, heeft Portalegre een strategische positie ingenomen tijdens de verdediging van Portugal in de middeleeuwen. Koning D. Afonso III (1248-1279) gaf de stad aan zijn bastaardzoon D. Afonso Sanches. Deze daad werd zwaar betwist door zijn broer en opvolger D. Dinis (1279-1325), die in 1299 het stadje toevoegde aan zijn kroonbezittingen en toen opdracht heeft gegeven om het kasteel te herbouwen.

Nog in de middeleeuwse periode, vestigde de religieuze franciscaanse orde zich in Portalegre in de kloosters Convento de São Francisco en Convento de Santa Clara.

Aan het begin van de 16e eeuw, na de oprichting van de Misericórdia de Portalegre, gaf Bisschop D. Jorge de Melo de opdracht om het klooster Convento Cisterciense de São Bernardo te laten bouwen. Het plaatsje, in de periode erkend als een belangrijk administratief- en economisch centrum, werd door João III tot stad verheven, die hier vervolgens het bisdom van Portalegre creëerde en een kathedraal liet bouwen.

Het nieuwe bisdom liet ook een Episcopaal paleis bouwen en een seminarie, de Seminário Diocesano, waarin nu het Museu Municipal (gemeentemuseum) is gevestigd.

De 17e en 18e eeuw hebben een sterk barokstempel op de stad gedrukt dat nog bewaard is gebleven in enkele monumenten zoals de kerk Igreja de São Lourenço, en de paleisachtige huizen, die nog de familiewapens van de voormalige bewoners dragen en rijk versierd zijn met gietijzer, een typisch ambacht uit deze streek.

Na het uitsterven van de religieuze ordes, in 1834, en met de komst van de industriële revolutie, heeft de stad moeite gedaan om met de tijd mee te gaan en de oude kloosters en paleizen een nieuwe bestemming te geven.

Zo is het klooster Convento de Santo Agostinho veranderd in een politiebureau, de kloosters Convento de São Bernardo en Convento Jesuíta de São Sebastião worden nu gebruikt door de tapijtmakers van de Manufactura de Tapeçarias de Portalegre en het paleis Palácio Castel-Branco is onlangs aangepast om het tapijtmuseum Museu de Tapeçaria de Portalegre Guy Fino te huisvesten, ter ere van de rol die de textielindustrie speelt in de ontwikkeling van de stad.

Portalegre is gemakkelijk te voet te verkennen en het voormalig huis Casa-Museu de José Régio, een Portugees dichter, is een bezoek waard. In de nabije omgeving raden we de uitkijktorens van de kerken Igreja de Nossa Senhora da Penha en Igreja do Bonfim aan, die staan langs de weg richting Marvão en Castelo de Vide, twee plaatsen die ook een uitgebreid bezoek waard zijn.

Leiria

  • PDF

Castelo, Leiria, PortugalLeiria heeft een rivier, die stroomopwaarts loopt, een toren zonder kathedraal, een kathedraal zonder toren, een Rechte Straat die niet recht is. (volksrijm)

D. Afonso Henriques, de eerste christelijke veroveraar van Leiria in 1135 en stichter van het kasteel, zag het als een ideale plaats voor een strategische aanval om Santarém, Sintra en Lissabon op de Moren te veroveren, hetgeen in 1147 lukte.

Tijdens meer dan een halve eeuw zou Leiria onder de voet gelopen en vernietigd worden door aanvallen van de moorse legers. De definitieve verovering zou pas ten tijde van koning D. Sancho I, aan het eind van de 12e eeuw, plaatsvinden. In 1195 kreeg Leiria van deze koning haar eerste handvest.

In 1254 had D. Afonso III hier zijn eerste volksvergadering in aanwezigheid van alle vertegenwoordigers van de gemeenten van het koninkrijk; dit was een belangrijke historische gebeurtenis, want het was de eerste keer dat het volk zijn klachten aan de koning kon laten horen.

In de 14e eeuw woonden D. Dinis en voornamelijk zijn vrouw D. Isabel, de heilige koningin (Rainha Santa), enkele keren in het kasteel, misschien omdat zij het een aangename accommodatie vonden met schitterende vergezichten.

De koning liet hier het dennenwoud Pinhal de Leiria aanleggen als bescherming tegen het oprukkende duinzand. De eerste wilde dennen die hier groeiden hebben het hout en de hars geleverd voor de Portugese scheepsbouw, voornamelijk ten tijde van de ontdekkingsreizen; tegenwoordig is dit bos een ideale en aangename locatie voor een wandeling.

Van alle vergaderingen, bijeengeroepen door de Portugese koningen in Leiria vond de meest tragische plaats in 1438; de vergadering was door D. Duarte bijeengeroepen om de ruil van Ceuta tegen de vrijheid van zijn broer D. Fernando, die in Tanger gevangen was, te bespreken. De vergadering besloot tot de opoffering van zijn broer in ruil voor het behoud van het Marokkaanse Ceuta. De koning, die verscheurd werd door verdriet, stierf kort daarna.

Vanaf het middeleeuws kasteel groeide de stad verder buiten de kasteelmuren en dat ging gepaard met de bouw van de romaanse kerk Igreja de São Pedro en daarna, in de 16e eeuw, met de bouw van de kathedraal en de kerk Igreja da Misericórdia. De stad strekt zich uit tot aan de rivier Rio Lis en zijn lommerrijke oevers herbergden veel religieuze gebouwen.

Maar pas in de 19e eeuw zou de stad Leiria zich wederom ontwikkelen door de vestiging van de bourgeoisie, die door de schrijver Eça de Queirós heel goed neergezet is in zijn roman "Crime do Padre Amaro" (Het vergrijp van pater Amaro), en vooral door de architect Ernesto Korrodi, die de stad een meerwaarde gaf. Vanaf toen tot heden heeft de moderne en ongeordende verstedelijking de stad veranderd, en Leiria is een steeds verder groeiend industrieel centrum geworden.